Bob Kion

Bob Kion en zijn vrouw vormden ooit de act  “Troupe Kion” woonde ooit in de Vijhuizerstraat, deze poster en dit ruwe, gekopieerde verhaal is het enige dat te vinden is. Wie weet er meer van of heeft nog foto’s.

Bob Kion Troupe Adembenemende evoluties op de hooggespannen draad04 Dec 2012 – De Kions Bron: “De Piste” (die had als bron: Haarlems Dagblad) Samengesteld op: 3 december 1950 01:00 uur De Kions EEN HAARLEMSE LUCHTACROBATENFAMILIE (03-12-1950)“ U treft het “, zegt Bob Kion. “We zijn net een week terug uit Denemarken en als U een paar dagen later was gekomen, hadden we al op de Middellandse Zee gedobberd.”. De kleine wagen is artistiek en mooi ingericht en Als ze gaan reizen, hebben ze heel wat tijd nodig om al die souvenirs, die ze van hier en daar hebben meegebracht, in te pakken. Bob Kion stelt ons voor aan zijn vrouw Maria en aan haar broers Frits en Jan, zitten we meteen te midden van de draadkunstenaars, wier toeren we eens met angst en bewondering hebben gadegeslagen. (00-05-1949)Daarvan herinneren we ons een avond in Mei 1949 in Haarlem, het stormde, die avond was koud. Twintig meter boven de hoofden van nieuwsgierige kijkers gingen de evenwichtskunstenaars met vaste roei over de draad, die nauw een duim breed was. Toen we ze zo zagen balanceren, stond het zweet in onze handen en onze waren vochtig. Vol verwondering waren we en vooral gebelgd over de lui, die bij hoog en laag stonden te beweren, dat de draad, de fiets waarmee zij werkten en de schoenen, ja, alles magnetisch was. Maria Kion is een knappe donkerblonde vrouw. In het.Limburgse land, waarvan zij haar gastvrijheid heeft meegebracht, is zij grootgebracht door haar ouders, die zelf artiesten waren. Als meisje van vijf jaar stond zij al op de draad en niemand vermoedde toen, dat zij later de wereld versteld zou doen staan, door als koorddanseres de zogenaamde dodenloop te maken over een draad van 350 meter schuin omhoog tot een 96 meter hoge torenspits. (1945) In 1945 heeft zij die toer in München voor het laatst gebracht en zij huivert nog als zij denkt aan het ogenblik, waarop een knoop in de lange draad met een knal losschoot en zijn van zeventien meter hoogte viel. Ruim tien maanden heeft zij in het ziekenhuis doorgebracht. Doch haar bed was nog niet weer koud, of Maria Kion stond alweer op de draad. Nu lacht zij om haar doodsbericht, dat in vele kranten stond. Sinds twaalf jaar werkt zij nu samen met haar man en haar broer Frits. Hij is onder artiesten grootgebracht, hij kent het leven goed en houdt er van. Met Bob is het anders gegaan. Laat hem dat zelf vertellen! “Als jongen ging ik dolgraag naar het circus, waar ik de grootste bewondering had voor de artiesten die de vliegnummers maakten. Hoewel het in mijn hoofd nog niet opkwam, dat ik later zelf iets dergelijks zou willen presteren. Toch is het ervan gekomen. Toen ik naar Duitsland trok en de beroemde draadloper Cam Lion Mayer l;eerde kennen. Hij zag wat in mij, gaf me een draad en masten en ik kon gaan trainen. Mayer was een goede leermeester voor me en het duurde niet lang of ik mocht optreden. Toen zijn we gaan reizen, totdat we in Duitsland terugkwamen en ik Maria leerde kennen. Haar broer sloot zich bij ons aan en sindsdien werken we prettig samen en maakten plannen om voor onszelf te beginnen.” Trainen in de Haarlemmermeer. (> 1945) “Na de oorlog ging ik naar Nederland om een eigen apparaat te bouwen. Daarvoor heb ik zeer veel medewerking gehad. Maria en Frits kwamen naar Holland en toen zijn we gaan trainen. ‘s Zomers in de Haarlemmermeer, waar we de ruimte hadden. Maar de winter kwam en in de sneeuw konden we niet werken. De training moest echter doorgaan en zo togen we naar de antiekwinkel van mijn ouders aan de Wagenweg. Door middel van twee kisten en een stang hebben we daar zelfs het nummer “fiets-twee-man-hoog” gamaakt en U moet niet vragen, hoeveel we daar hebben gebroken. (00-04-1947) Mijn ouders waren daarom het meest blij, toen we in April 1947 voor het eerst weer in de openlucht optraden. Drie jaar hebben we toen in Nederland gewerkt. Het duurde niet lang, of de uitnodigingen voor het buitenland kwamen los. Dag in dag uit hebben we getraind, want er komt heel wat voor kijken als je over de grens een eerste klas nummer wil brengen”. Liever in het buitenland. “Eerlijk gezegd werken we liever in het buitenland. De mensen daar zijn veel enthousiaster en niet zo achterdochtig als hier. Toen we in een Nederlandse stad eens een paar minuten eerder ophielden, omdat we in de storm niet langer konden werken, kregen we een grote mond van de manager. In Denemarken beginnen de mensen dan te klappen en te roepen, dat het genoeg is, als we dan een bepaalde stand enkele ogenblikken aanhouden. Ook in Zweden hebben we prettig kunnen werken. Evenals in Denemarken treden we hier elke avond vijftien minuten op en we moesten met het volgende nummer al beginnen als de mensen voor het voorgaande programma nog stonden te klappen. Begin Augustus waren we in Denemarken terug. De eerste avond dat we in het schitterende Tivoli van Kopenhagen optraden, waren er zestig duizend mensen!” “Tsja”, zegt Bob …… er bestaat een groot verschil tussen Nederland en Denemarken, dat merk je het best aan kleine voorvalletjes. Toen we de vorige week hier aankwamen, wilde men ons in een woonwagenkamp stoppen. Dat was in Kopenhagen anders. Daar stonden we zeven weken midden in de stad, omdat de agent, die we om een standplaats vroegen zijn schouders optrok en zei: “…..U, staat hier toch best! “” De deur van de woonwagen wordt geopend en even later staat er in de ruimte ‘n klein, donkerblond meisje, dat een reverence maakt. “ …….Dat is onze dochter Karin“, zegt haar vader en hij vertelt, dat het tienjarige dochtertje de voetsporen van haar ouders en oom volgt. Zij was vijf jaar toen ze haar eerste schreden op het slappe koord maakte. (21-08-1950) De één-en-twintigste Augustus zou een grote dag voor haar worden, omdat ze in Kopenhagen haar debuut zou maken. Na vijf jaar, dikwijls tot tranen toe trainen, was haar grote uur gekomen. De eerste bloemen lagen achter de schermen voor haar klaar. “Het ging echter niet door”, zegt haar vader en hij vertelt, hoe de directeur van Tivoli, die erg veel van Karin houdt, zijn toestemming voor haar optreden niet wilde geven. Het was een grote tegenslag voor haar. (09-09-1950) “Maar op negen September is het er dan toch van gekomen en sindsdien behoort ze echt tot de Kions.” “Plannen?” “Nou en of”, zegt Bob. “Binnenkort gaan we naar Egypte. We bouwen een wagentje, waarin ’t materiaal gaat. Dat Dinsdag op de boot moet zijn.” “……………..tien of twaalf October vertrekken we zelf. Eerst Parijs, waar we twee dagen blijven, dan naar Marseille en tenslotte op de boot naar Caïro. Op 1 November moeten we daar beginnen in het nieuwe Tivoli, dat door Deense en Amerikaanse zakenlui is opgezet. Na twee maanden gaan we naar Alexandrië en dan naar Israël, waaruit we al twee jaar lang telegrammen met uitnodigingen krijgen. Misschien gaan we naar Australië, maar dat is niet zeker. Bron: (Haarlems Dagblad)

Eén reactie op “Bob Kion”

  1. Leo A. van Leeuwen says:

    Optreden van de Familie Kion

    Vol bewondering heb ik naar het Trio Kion gekeken toen ze ongeveer in 1947 of 48 optraden op “Het Landje” ook wel “De Bloedkuil” genoemd, aan de Richard Holkade. Ik weet nog dat bijvoorbeeld Frits heel vlot over het gespannen touw liep op ongeveer 70 meter (schat ik). Hij waagde het ook, met een zak over zijn hoofd van de ene naar de ander eind van de draad te lopen, dus van bordesje tot bordesje. Bob en Frits hadden ook een stunt met een fiets zonder banden 😉 Bob fietste en Frits hing er op een stoeltje onder. Eindstunt was, dat ze zich pardoes zo’n 10 meter naar beneden lieten vallen in het grote vangnet. Thuis, in de Graaf Willemstraat heb ik de hele koorddansstellage, compleet met vangnet nagebouwd met stokken en wollen draad. Zo’n grote indruk maakte het evenement op mij.
    Leo A. van Leeuwen

Reageer op dit bericht

Vul de anti spam som in: * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.